Talenten tot bloei laten komen

Afbeeldingsresultaat voor baanwielrennen omnisport

Toppers in de atletiek bereiken hun prestatiepiek gemiddeld drie jaar later dan atleten die op nationaal niveau blijven steken. Hiervoor hebben de toppers niet meer trainingsuren gemaakt in hun carrière dan hun minder succesvolle collega’s. Wel beoefenden ze op jonge leeftijd meer verschillende sporten en specialiseerden ze zich op latere leeftijd.

Hoe moet je op jonge leeftijd trainen, om de kans op succes op latere leeftijd te vergroten? Die vraag hangt boven de meeste talentontwikkelingsprogramma’s zonder dat daar een duidelijk antwoord op bestaat. Hoewel talenten natuurlijk ook op jonge leeftijd goed willen presteren, ligt hun uiteindelijke doel vrijwel altijd op volwassen leeftijd. Schitteren op een Olympische Spelen of een WK, daar is het ze om te doen.

In het bestaande talentonderzoek geldt vaak één geleverde prestatie als ijkmoment. Vervolgens wordt gekeken hoe de betreffende sporter tot die prestatie is gekomen; welke trainingen heeft hij uitgevoerd in welke sporten? Het is echter wellicht interessanter om niet te kijken naar één ijkmoment, maar naar de ontwikkeling van de prestatie over een bepaalde tijd. Sporters die goed kunnen leren en zich snel verbeteren, bereiken namelijk vaker de top. De Duitse onderzoeker Arne Güllich onderzocht welke factoren samenhangen met een ontwikkeling in prestatie, zowel op jonge als op volwassen leeftijd.

Presteren op jonge leeftijd

Uit het onderzoek blijkt dat jonge atletiektalenten die zich sterk ontwikkelden, meer andere sporten hebben beoefend voordat ze aan atletiek begonnen dan talenten die zich minder sterk ontwikkelen. Vervolgens specialiseerden zij zich eerder, zo halverwege de puberteit. De talenten die op jonge leeftijd de sterkste progressie boeken, hebben tussen hun 14e en 17e levensjaar meer uren gemaakt in de atletiek.

Presteren op volwassen leeftijd

Belangrijker zijn echter de prestaties op volwassen leeftijd, aangezien dan de Olympische medailles gewonnen kunnen worden. Güllich laat zien dat de atleten die tot de absolute wereldtop doordringen, hun prestatiepiek drie jaar later bereiken dan degenen die de top niet bereiken. Zij blijven hun prestaties dus drie jaar langer verbeteren. Voor een sterke prestatieontwikkeling op volwassen leeftijd blijkt op jonge leeftijd specialiseren juist niet voordelig. Atleten die zich op volwassen leeftijd sterk ontwikkelden, blijken namelijk gedurende een langere tijd meerdere sporten tegelijk te hebben beoefend. Zij specialiseerden zich ongeveer vijf jaar later in de atletiek dan hun minder succesvolle collega’s.

Güllich kwam hierachter op basis van een vragenlijstonderzoek onder 264 atleten uit de Duitse nationale atletiekselecties. Hiervan was 54 procent junior, 32 procent volwassen nationale top en 14 procent volwassen internationale top. Eerder had Güllich al laten zien dat medaillewinnaars op de Olympische Spelen, WK’s en EK’s zich later specialiseerden in hun sport en op jonge leeftijd meer uren trainden in andere sporten, dan hun minder succesvolle tegenstander. Dit blijkt dus ook het geval te zijn wanneer niet naar de prestatie wordt gekeken maar naar de ontwikkeling daarvan.

Geen oorzakelijk verband

De succesfactoren voor een topprestatie op jonge leeftijd blijken niet hetzelfde als voor een topprestatie op volwassen leeftijd. Omdat Gullich zijn informatie heeft verkregen aan de hand van één vragenlijst, valt er niets te zeggen over oorzaak en gevolg. Desondanks dragen deze onderzoeksresultaten bij aan de visie dat talenten zich niet vroeg hoeven te specialiseren om door te dringen tot de wereldtop, uitzonderingen zoals turnen en schoonspringen daargelaten.